Make-up & geschiedenis les 2

In mijn vorige artikel heb ik de make-up geschiedenis van prehistorie tot de 20e eeuw verteld. Dit heb ik een grote lijnen gedaan, waarbij in de laatste eeuwen make-up gebruikt werd bij de adel in Frankrijk, in het theaterland en bij prostituees. Het gewone volk vond het maar niets, je moest rein en puur zijn. Wat uiteraard ook meespeelde was het feit dat de meeste gewone mensen ook geen geld over hadden om uit te geven aan cosmetica. Maar hier komt in de 20e eeuw een verandering in en dus gaan we daar vandaag mee verder.

In de 20e eeuw werd het gebruik van make-up al meer geaccepteerd. Dit begon vooral vanaf de jaren ’30. De cinema kwam op, waar het publiek naar mooi opgemaakte vrouwen keek uit Hollywood. Langzamerhand werd het normaler make-up te gebruiken. Ook werden er steeds meer nieuwe cosmetica-uitvindingen gedaan. Zo werd in 1913 de eerste mascara uitgevonden, die de uitvinder vernoemde naar zijn zus Mabel. Hiermee is het bedrijf Maybelline ontstaan. Kort hierna ontstaan ook de poederdoos en de oogschaduw. Lippenstift was er al, maar wordt langzamerhand meer in tubes gemaakt. En in 1930 komt de eerste lipgloss op de markt.
De komst van de Tweede Wereldoorlog riep alles even een halt toe. Men was met andere dingen bezig en iedereen werd druk aan het werk gezet om de oorlog te kunnen blijven draaien. Vrouwen moesten meewerken in fabrieken, terwijl de mannen vochten aan het front. Vooral in Duitsland raakte make-up op de achtergrond, omdat Hitler make-up nog steeds bij Frankrijk en prostituees vond passen. In zijn propaganda liet hij dit ook zeker weten met leuzen als: ‘Die deutsche Frau schminkt sich nicht’.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebruik van make-up volledig geaccepteerd. Vooral vanaf de jaren 50, toen de welvaart ook toenam, zien we steeds meer vrouwen make-up gebruiken. De producten worden steeds veiliger, gebruiken betere grondstoffen en worden tegenwoordig ook steeds minder op dieren getest. Langzamerhand zien we dat men na de Tweede Wereldoorlog ook weg stapt van het bleke ideaal. Een natuurlijke getinte kleur werd steeds meer als mooi gezien.
In de twintigste eeuw zien we per decennium grote verschillen en ga ik hier verder op in.

Jaren 20
De roerige jaren ’20 worden ze vaak genoemd. De Eerste Wereldoorlog was net voorbij, landen begonnen zich terug op te bouwen en de mensen kregen weer iets meer te besteden. De vrouwen begonnen zich steeds meer af te zetten tegen het vaste patroon, wat terug te zien is in haar en make-up. Vrouwen wilden een bijna jongensachtige femme fatale zijn, met korte kapsels en donkere kleuren. Wel bekend zijn de zogenaamde flappers, de socialites van die tijd met hun mooie jurken, gekrulde haar met haarbanden en veren als versiering en hun make-up.

De hoofdpunten van deze make-up:
Gezicht: zo egaal mogelijk, het liefst alsof iemand van porselein was. Bronzer was er nog niet. Wel gebruikten ze blush, in een oud-roze kleur wat ze in een rechte lijn aanbrachten. Het moest lijken alsof iemand zojuist in je wangen had geknepen.
Wenkbrauwen: zo dun mogelijk. Liefst aangezet met zwart. De wenkbrauwen waren lang, werden ver door getekend met een neergaande lijn!
Ogen: het doel waren Bambi-ogen te creëren. Dit werd bereikt door zwart kohl-potlood te gebruiken voor een soort smokey-look. Geen kleur.
Mond: doel was een vochtig pruilmondje te maken. Hiervoor werd de cupidoboog sterk benadrukt. Vervolgens werden de lippen hartvormig gestift met
een licht glanzende lippenstift.

Jaren 30
De jaren ’30, tijd van crisis. Je zou denken dat make-up dan minder belangrijk wordt, maar niets was minder waar. Juist in crisistijd blijken vrouwen meer aandacht aan het uiterlijk (en dus ook make-up) te besteden. Zo ook in de jaren ’30. In deze tijd was het platinablonde haar met permanente waves hip. Ook nagellak kwam op en veel vrouwen droegen de halfmoon-manicure, waarbij het maantje aan de onderkant van de nagels niet mee gelakt werd.

De hoofdpunten van deze make-up zijn:
Gezicht: De huid moest zo egaal mogelijk zijn en mat. Dit werd bereikt door een dikke laag poeder te gebruiken. Het liefst was men zo bleek mogelijk. Ook gebruikten men geen glans op het gezicht. Blush werd wel gebruikt, het liefst in een kleur dit matchend was met de lippen. De blush werd heel duidelijk aangezet.
Wenkbrauwen: In de jaren ’30 bleven de dunne wenkbrauwen populair. De vrouwen tekenden de wenkbrauwen meestal in een dunne boog op het gezicht.
Ogen: Kleur werd hip, ook voor de ogen. Vooral de kleuren groen, paars, bruin en blauw werden gebruikt. Ze werkten veel met glanzende oogschaduw, die ze aan de binnen- en buitenhoek wat dikker aanzetten. Op die manier creëerden de vrouwen ronde poppenogen. Deze werden versterkt door het gebruik van nepwimpers. Deze waren vooral bedoeld voor lengte en niet voor volume. Ook de onderwimpers vergaten ze niet en werden sterk aangezet.
Lippen: De lippen hadden een aangezette cupidoboog met ronde vormen. Het pruimenmondje was in, waarbij de bovenlip iets groter mocht wezen als de onderlip. Vaak gebruikten de vrouwen lichtglanzende lippenstift om dit te bereiken.

Jaren 40
Het decennia van de Tweede Wereldoorlog. In de eerste helft van dit decennia heerste er dan ook veel schaarste. Vrouwen moesten hierdoor creatief omgaan met hun spullen en gebruikten wel eens producten voor meerdere doeleinden. Na de oorlog kwam de mode- en cosmetica-industrie weer langzaam op gang. We zien dit terugkomen in vrouwelijkere kleding met wespentaille en volle rokken. Ook het haar werd weer langer gedragen, tot over de schouder. Vaak werd het haar gekruld en opgestoken. De rollen bovenop het hoofd waren in de mode.

Belangrijk bij de jaren ’40 make-up is:
Gezicht: Nog steeds wilden de vrouwen een egale, matte basis. De porseleinen huid was nog steeds in de mode, het liefst met een roze ondertoon. Men ging voor de klassieke schoonheid. De botstructuur werd wel meer benadrukt door de blush (vaak roze/rood) in een driehoeksvorm aan te brengen. Op die manier kwam het jukbeen goed naar voren. Er werd op het gezicht uitsluitend met matte producten gewerkt.
Wenkbrauwen: De wenkbrauwen werden over het algemeen natuurlijker gehouden. De hele dunne lijntjes zien we niet meer. De kleur werd ook meer richting de natuurlijke haarkleur gehouden. Wel vonden ze een duidelijke boog het mooist en werd de staart van de wenkbrauw iets verder doorgetrokken.
Ogen: De ogen werden in deze periode natuurlijk opgemaakt. Ze gebruikten veel zachte kleuren in de tinten grijs, bruin en crème. De arcadeboog werd iets donkerder gemaakt, om zo een illusie van verzonken ogen te creëren. Daarna werd er met eyeliner een heel dun lijntje gezet zonder wing. De wimpers wilden de vrouwen het liefst zo lang en dun mogelijk hebben. Aan de onderste wimperrand werd niets gedaan.
Lippen: De ogen werden rustig gehouden, maar met de lippen moest juist geknald worden. Lipkleuren waren vooral roodtinten in een satijnfinish. De bovenlip werd rond en vol getekend. Hiervoor tekenden de vrouwen ook buiten de liplijn.

Ik vind dit wel weer genoeg lesstof voor één artikel, wat jij? Wellicht vind je geschiedenis wel totaal niet interessant, maar ik vind het in ieder geval wel hele leuk om een beetje uit te zoeken hoe het nu zat met make-up in het verleden. De volgende les zal gaan over de jaren 50 t/m 70.

Liefs,
Corinne.

Advertenties

One thought on “Make-up & geschiedenis les 2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s